In het Energieakkoord is afgesproken dat dat er in 2020 6000 MW wind op land en 4500 MW wind op zee gerealiseerd moet zijn. Provincie Brabant heeft met het rijk afgesproken in 2020 470,5 MW aan windenergie op land gerealiseerd te hebben, waarvan minimaal 100 MW langs de A16 gerealiseerd zal worden.

Om voldoende duurzame energie te produceren in de toekomst hebben we zowel windmolens op land als op zee nodig. Het is dus niet of-of, maar en-en. Windenergie op zee is nog aanzienlijk duurder dan windenergie op land.

In het Milieu Effect rapportage (m.e.r.) van windenergie A16 worden de milieueffecten van windmolens onderzocht in 2 hoogteklassen:
1. van 150 - 180 m: 'laag'
2. van 180 - 210 m: 'hoog'

De afgelopen tijd hebben provincie en gemeente met omwonenden en andere belangstellenden gesproken over de 24 opstellingsvarianten voor ongeveer 35 windmolens langs de A16. Inmiddels heeft de stuurgroep van de provincie 11 opstellingsvarianten geselecteerd. Deze opstellingsvarianten kun je terugvinden op de website van de provincie.

In opstellingsvarianten 3, 6, 9, 16, 20 en 19 staan de windmolens in de buurt van Haagse Beemden en Prinsenbeek. In opstellingsvarianten 3 en 24 staan de windmolens in de buurt van Princenhage. Trippelenberg staat als locatie in opstellinsgvariant 3.
Momenteel wordt onderzocht welke locaties het meest geschikt zijn voor de windmolens. De provincie heeft aangegeven de wensen van bewoners, zoals aandacht voor geluidsoverlast, niet dicht bij dorpen te bouwen en de voorkeur voor hoge opbrengst en weinig woningen in de omgeving, mee te nemen in de besluitvorming. Voor de zomer wordt bekend gemaakt waar de windmolens komen te staan.